De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen

Per 1 juli jl. is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) ingegaan.  De wet heeft tot doel dat bestuurders, commissarissen en toezichthouders het belang van de vereniging of stichting vooropstellen en geen fraude, zelfverrijking of andere vormen van wanbeleid plegen. Dat klinkt als een open deur. Maar de praktijk wijst uit dat dit niet altijd het geval is. En let wel: ook kleinere verenigingen of stichtingen moeten voldoen aan de nieuwe wet.

Welk risico loopt u als bestuurder of commissaris van een vereniging of stichting?

Deze wet regelt dat bestuurders of commissarissen in geval van wanbeleid of bij een faillissement hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Dat kan ook gaan om wanbeleid door een medebestuurder. Er moet wel sprake zijn van een ernstige mate van wanbeleid.

Beperking van het stemrecht

In de nieuwe wet is geregeld dat een bestuurder nooit méér stemmen kan uitbrengen dan alle andere bestuursleden samen. Hiermee wil de wet voorkomen dat een bestuurder zijn zin kan doordrukken. Indien in de statuten is vastgelegd dat dit wel kan, dan moet u de statuten hierop aanpassen.

Tegenstrijdig belang

Van de bestuurder of commissaris wordt verwacht dat deze het belang van de vereniging vooropstelt. Als een bestuurder een tegenstrijdig of eigenbelang heeft moet deze zich onthouden van de beslissing. En hij of zij mag zich zelfs niet met de besluitvorming bemoeien. Een concreet voorbeeld: denk aan het bestuurslid dat via het bedrijf van zijn zoon de bedrukte wedstrijdshirts kan leveren. Hebben alle bestuursleden een tegenstrijdig of eigenbelang dan moet de beslissingsbevoegdheid worden doorgeschoven naar de algemene (leden)vergadering. Bij stichtingen die geen algemene (leden)vergadering hebben moet in zo’n geval schriftelijk worden vastgelegd welke overwegingen aan het besluit ten gronde liggen.

Afwezigheid van bestuursleden

Indien een of meerdere bestuursleden hun functie niet kunnen of mogen uitoefenen is het gebruikelijk dat de andere bestuursleden (als die er zijn) de taken waarnemen. Is er nog maar een bestuurslid actief of zelfs helemaal geen meer? Dan dient de algemene (leden)vergadering een persoon aan te wijzen die de vereniging of stichting bestuurt. Dit moet opgenomen worden in de statuten. Dit heet de ontstentenis- en beletregeling. Heeft uw vereniging of stichting een Raad van Commissarissen? Ook daarvoor geldt deze regel.

Een aantal praktische tips

  • Beperk de hoeveelheid cash geld in de vereniging.
  • Stel een kascommissie in voor een jaarlijkse controle.
  • Laat betalingen af en toe controleren door een ander bestuurslid dan de penningmeester.
  • Laat facturen goedkeuren door een ander bestuurslid dan de penningmeester. Door de facturen bijvoorbeeld op een ander adres te laten bezorgen dan bij de penningmeester. Het ontvangende bestuurslid kan deze facturen dan direct goedkeuren.
  • Vergader regelmatig en leg besluiten vast in de notulen. Begin de vergadering met het accorderen van de notulen van de vorige vergadering.
  • Zorg dat de inschrijving bij de KvK up-to-date is. Bestuurders die niet meer actief zijn, maar wel ingeschreven staan, zijn toch aansprakelijk.
  • Maak een huisreglement. Daarin kunt u zaken vastleggen zoals de frequentie van vergaderen, maar bijvoorbeeld ook hoe het zit met het gebruik van faciliteiten van de vereniging.
  • De meeste bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen bieden dekking op hoofdelijke aansprakelijkheidsstelling. Goed om dit na te kijken.
  • Controleer uw statuten of deze voldoen aan de nieuwe wetgeving.

Aansprakelijkheid voor het faillissementstekort

Curatoren hebben al de mogelijkheid om bestuurders en commissarissen aansprakelijk te stellen bij een failissement, wanneer zij hun taak onbehoorlijk hebben vervuld. In het huidige recht zijn dat failliete

  • nv’s en bv’s
  • commerciële stichtingen
  • commerciële formele verenigingen (stichtingen en verenigingen die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen)

Onder de WBTR komen daar bij:

  • niet-commerciële stichtingen
  • niet-commerciële verenigingen
  • zogenaamde informeleverenigingen (verenigingen waarvan de statuten niet zijn neergelegd in een notariële akte)

Intern toezicht voor commerciële verenigingen/stichtingen

Voor bv’s en nv’s bestaat er al langer een wettelijke grondslag voor een toezichthoudend orgaan (Raad van Commissarissen, kortweg RvC). De WBTR regelt deze wettelijke grondslag ook voor (semi-) commerciële verenigingen en stichtingen. Is er al een toezichthoudend orgaan, bijvoorbeeld een Raad van Toezicht of Raad van Advies? Dan moet worden getoetst of dit orgaan zich kwalificeert als RvC binnen de nieuwe WBTR. Als dit zo is, zijn de nieuwe wettelijke regels uit de WBTR van toepassing op dit toezichthoudend orgaan. Heeft uw vereniging of stichting een dagelijks en algemeen bestuur? Bekijk dan of het algemene bestuur opereert als een RvC. Daarop zijn dan de wettelijke regels van de WBTR van toepassing.

 

 

Scroll to Top